top of page

Dr. Floris van den Broek:''Ik zou willen pleiten voor een Ministerie van Technologie''

6 uur geleden
16 minuten om te lezen


Auteur : Edward van den Boorn

Grafisch Ontwerp : Nikolaï Carels

 

Naarden-Vesting ׀ September 2026

 

In de reeks ‘PODIUM – dialogen’ plaatst Capita Selecta bijzondere personen en organisaties in de schijnwerpers. We richten ons daarbij op de samenhang tussen het individuele, het organisatorische en het maatschappelijke. In verdiepende dialogen passeren persoonlijke drijfveren en loopbaankeuzes, alsmede begrippen als leiderschap, duurzaamheid, verantwoordelijkheid, eigenaarschap en wijsheid.  


Dr. Floris van den Broek is een serieel Tech-ondernemer, investeerder, innovator, commissaris en bestuurder in de Technologie- en Energiesector in Nederland en daarbuiten. Daarnaast is hij actief betrokken bij talentontwikkeling van jonge kunstenaars en pianisten op weg naar de internationale top.

 

Capita Selecta nodigt u uit om kennis te maken met een multidisciplinair geïnteresseerde en actieve, positief nieuwsgierige, opgewekte en aimabele professional. Technologie zit in zijn bloed. De heer Van den Broek beschrijft technologie als een middel dat in zijn toepassing het leven van mensen aangenamer maakt en bijdraagt aan onze welvaart. De heer Van den Broek neemt ons op een zeer toegankelijke en overzichtelijke wijze mee in de actuele technologische ontwikkelingen en duidt de rollen die de Publieke en de Private (Equity) sector daarin kunnen bekleden.



DE DIALOOG


Het begrip ‘Informatie & Communicatietechnologie’ (ICT) staat centraal in uw loopbaan. Wat verstaat u onder ‘technologie’?

‘Technologie’ is een continue veranderend middel dat de mens ten dienste staat. Ik volg het op de voet en zet het in waar ik kan. Informatie en Communicatietechnologie (ICT) staat voor mij voor het kunnen communiceren op (grote) afstand. Dat is dé grote doorbraak voor de mensheid in de afgelopen eeuw. De betekenis van deze doorbaak is bijna niet te overschatten.


Vanaf het begin zijn mensen op zoek geweest naar een manier elkaar op afstand te kunnen begrijpen en verstaan. Van het verzenden van rooksignalen tot realtime online delen vandaag de dag. Cruciale en bredere ontwikkelingen binnen de informatietechnologie, zoals bijvoorbeeld ook binnen de semiconductor (halfgeleider) industrie, volgen elkaar snel op. De hardware werd kleiner, mobiele netwerken en computers, satellieten en datacenters verschenen, etc. De rekenkracht, de verwerkingssnelheid van data, blijft alsmaar toenemen. Het is een opwaarts bewegende schaal die zaken in de tijd mogelijk maken. De ontwikkelingen vind ik fascinerend.


Het ware belang van technologie gaat uiteindelijk en uitsluitend om zijn toepassingsmogelijkheden. Mobiele navigatie bijvoorbeeld werd mogelijk toen de digitale kaart van bijvoorbeeld Nederland (ongeveer 500 Mb aan data) gemakkelijk op een handzaam apparaat opgeslagen kon worden, de voor navigatie benodigde rekencapaciteit (snelheid) beschikbaar kwam en de mobiele telefoons (computers) draagbaar werden. Ook in het geval van ‘Artificial Intelligence’ (AI) gaat het om de toepassingsmogelijkheden. Van AI was met Alan Thuring (1912-1954), de Britse pionier van de moderne computer, in de jaren vijftig reeds sprake, maar de hardware om er echt iets nuttigs mee te doen ontbrak.


Van ‘Artificial Intelligence’ was in de jaren vijftig reeds sprake.


Het gaat mij om de momenten waarop technologische ontwikkelingen samenkomen en de toepassingen die daaruit voortvloeien. Die wens ik in te kunnen zetten binnen een organisatie en/of ten behoeve van een samenleving.


Wat zijn voor u in de afgelopen decennia de belangrijkste technologische trends geweest?

Op de eerste plaats zijn dat de versnelling in miniaturisering van de apparatuur en het daarmee binnen handbereik komen van deze apparatuur qua prijs. Ten tweede – en belangrijker dan de eerste – is dat het invoeren van bronnen (data) van de werkelijke wereld in databases. Zoals bijvoorbeeld Google de hele aarde in digitale kaart heeft gebracht. Ten derde zijn er in de afgelopen decennia nieuwe generaties technologiegebruikers verschenen die zich comfortabel voelen met technologie en daar ook actief op zoek naar gaan. Deze drie voorbeelden geven aan dat het startte met techniek, informatie vervolgens op grote schaal toegankelijk werd, beschikbaar kwam en dat de mens zich aan de technologie heeft aangepast.


Daarnaast moeten we de wijze waarop verschillende generaties verschillend zijn gaan communiceren zeker niet uit het oog verliezen. Dan doel ik met name op de verschillende manieren waarop verschillende generaties of doelgroepen via verschillende kanalen en/of platforms met elkaar communiceren. Als je Facebook gebruikt ben je waarschijnlijk tussen de dertig en de vijftig jaar, als je Instagram gebruikt ben je vaak jonger dan vijfendertig jaar en als je Snapchat gebruikt ben je waarschijnlijk jonger dan vijfentwintig jaar. Het blijkt overigens dat mensen zich graag vasthouden aan een eenmaal gekozen communicatietool. Ik heb dat zelf met LinkedIn dat in 2004 werd opgericht, maar waar mijn kinderen overigens niets om geven.


Deze voorbeelden geven aan dat er veel communicatiemiddelen en – kanalen beschikbaar zijn die naast elkaar kunnen bestaan omdat  generaties van gebruikers verschillende gebruikskeuzen maken. De ene generatie zoekt een baan via LinkedIn, de andere gebruikt Instagram om foto’s te delen en Facebook om het verhaal te vertellen. Jongeren zien dat zelf niet zo, maar gebruiken wat hen het meest ligt. Ik vind dit fascinerend en ben zeer benieuwd hoe deze trends zich verder ontwikkelen. Het baart mij echter zorgen dat communicatie zich steeds meer beweegt van geschreven informatie naar beeld- en videocommunicatie. Dat is echt een andere vorm van communiceren. Het maakt echter dat we tevens waakzaam moeten te zijn omdat beeld manipuleerbaar is, en dat op deze wijze nepnieuws via sociale media wordt verspreid. Een ander voorbeeld is onderzoek dat uitwijst dat de schrijf- en leesvaardigheden van Nederlandse scholieren op een dieptepunt zijn beland. Het is evident dat we goed moeten kijken naar ongewenste consequenties van technologische ontwikkelingen.


‘Software’ bezit in toenemende mate een dominante positie binnen de technologische ontwikkelingen. Wat is software, en waaruit bestaat die positie?

‘Software’ is een heel gemakkelijke wijze om een apparaat aan te passen aan de mens. Het maakt het bouwen van uiteenlopende applicaties steeds gemakkelijker en vergroot de noodzaak om zeer precies aan te geven wat wij willen dat deze software  doet. Of je nu AI gebruikt of niet. Je wilt mensen trainen zodat zij als individu kunnen aangeven wat ze willen, en waarmee ze geholpen wensen te worden.


Software schrijven begon ooit met coderen. Is dat nog immer aan de orde, of doet de software dat tegenwoordig zelf?

Heden ten dage doet de software dit zelf, maar je blijft je steeds realiseren dat je iets niet precies genoeg hebt gedefinieerd. Zelf coderen is de ultieme vorm van precieze definiëring. Zodra je op een niveau daarboven komt ontstaat er ruis die je wilt vermijden. Met de AI – tools van vandaag is het heel belangrijk dat je moet leren ‘prompten’, i.e. het zeer gericht geven van instructies, opdrachten of aanwijzingen aan een AI – model teneinde de gewenste doel te realiseren. De komst van AI dwingt ons precies te zijn. Om tot een goed resultaat te komen dient dat met een hoge mate van gedetailleerdheid, helderheid en eenduidigheid te gebeuren. Doe je dat niet, dan biedt AI het apparaat de mogelijkheid om zelf aannames en keuzen te maken. Het is precies dit punt waarnaar de CEO’s van bijvoorbeeld Anthropic, Open AI en Google DeepMind momenteel verwijzen als zij samen oproepen om de ontwikkeling van AI op bepaalde terreinen te kanaliseren.


Het argument om zaken af te remmen valt deels samen te vatten als ‘Veiligheid boven snelheid.’  Wat is hierop uw visie?

Technologische ontwikkelingen kennen hun eigen ritme en lichtsnelheid. Die zijn niet echt te managen. Als je stelt dat zaken ‘onbeheersbaar’ zouden zijn, dan zou je er een externe rem ergens op moeten zetten om iets te beheersen. Ik vraag me zeer af of dat mogelijk of wenselijk is. ‘Afremmen’ zie ik niet zo snel gebeuren. AI - modellen zijn zelflerend en lezen grote hoeveelheden tekst waarin slechte, gemene, onzinnige en/of fantasierijke ideeën en verhaallijnen in voor komen. Je kunt wel de content zodanig aanpassen dat bepaalde informatie niet verschijnt, c.q. dat bepaalde vragen niet beantwoord worden. ‘Hekjes’ die feitelijk aangeven ‘Tot hier en niet verder!’ Dat is reeds de praktijk van alledag.


We hebben te maken wat er al is en daar hebben we ons tot te verhouden


Kortom, we hebben te maken wat er al is en daar hebben we ons tot te verhouden. Het gaat om een consciëntieuze en verantwoordelijke ontwikkeling en toepassing van technologie.  


Op welke wijze verhouden technologische ontwikkelingen en de kritische infrastructuur in Nederland zich tot elkaar?

Het begrip ‘kritisch’ geeft aan dat het – zeker voor een zo sterk gedigitaliseerd land als het onze – de essentiële infrastructuur betreft waar het functioneren van Nederland van afhankelijk is. Voor mij betekent dat niet alleen de ICT – infrastructuur, maar ook de energievoorziening, verkeersinfrastructuur, publieke of private administraties, betalingsverkeer, watermanagement, etc. De gemeenschappelijke deler is echter dat technologie in dit verband aan de basis staat van het totale functioneren van organisaties en het land. Zonder technologie en de betrouwbare en veilige toepassingen kunnen zaken deels of tijdelijk tot stilstand komen. De betrokken partijen zijn zich hier terdege van bewust. Permanente alertheid is cruciaal. Het is van nationaal en internationaal belang dat er scenario’s ontwikkeld worden die inspelen op technologische ontwikkelingen.


In dit verband zou ik willen pleiten voor het verhogen van ons individuele, organisatorische en nationale, digitale bewustzijnsniveau. ‘Cyber Security’ is niet alleen een zaak van de systeembeheerder, maar ook van de gebruikers, en degenen die informatie wel of niet ‘encrypted’ aanleveren. De standaarden kunnen veel scherper gesteld te worden.


Heeft ‘de politiek’ hierin een rol?

Ja, ‘de politiek’ heeft hierin een rol, maar laten we niet vergeten dat we eenvoudigweg ook te maken hebben met de factor ‘mens’. De mens die zich bijvoorbeeld tóch laat verleiden om op phishing – links te klikken of telefonisch pinpasnummers doorgeeft. We moeten kiezen voor een alomvattende benadering die stelt dat digitale veiligheid een zaak is van en voor ons allen.


We hebben eenvoudigweg ook te maken hebben met de factor ‘mens’.


Is er in Nederland voldoende technische kennis en talent aanwezig om de technologische uitdagingen het hoofd te bieden?

Er is in Nederland veel technologische kennis en kunde aanwezig, en waar nodig verwelkomen we buitenlandse professionals en kenniswerkers. Natuurlijk worden er uitstekende mensen in Nederland opgeleid, maar de aanwas is te beperkt. We dreigen echter achterop te raken ten opzichte van sommige andere landen, zeker als je dat met India of Amerikaanse staten zoals California vergelijkt.  


Kent Nederland het juiste investeringsklimaat?

Nederland kent een te beperkte beschikbaarheid van kapitaal om zaken écht groots aan te pakken. Degenen die technologie creëren en innoveren, en zij die een bedrijf willen oprichten en/of een product willen lanceren wordt gevraagd ‘proven’ technologie of concepten aan te reiken. Zij kunnen vaak niet verder voordat zij iets hebben bewezen of het vertrouwen hebben gewekt bij investeerders, en zij daarmee de benodigde investeringen ontvangen om zaken op te schalen. Met die uitgangspunten gaat het echter niet werken. Een investeerder zegt dan vaak: ‘Laat maar op je thuismarkt zien dat je winstgevend kunt worden, dan kopiëren we jouw idee vervolgens naar andere landen.’


Met de Nederlandse opstelling loop je in feite dubbel achter.


Afgezien van het feit dat bijvoorbeeld ‘de Amerikaanse thuismarkt‘ twintigmaal groter is dan de Nederlandse, wordt daar niet per se gewenst dat iets ‘bewezen’ is. Daar wordt al doorgepakt vóórdat dat moment in zicht is. Met de Nederlandse opstelling loop je in feite dubbel achter.


Stipt u daarmee het Nederlandse ambitieniveau aan ten opzichte van technische ondernemerschap en voorwaartse gerichtheid?

Jazeker, én dus tevens de beschikbaarheid van durfkapitaal. Op dit moment verkeren we in de situatie dat Nederlandse pensioenfondsen en familie-offices aan Amerikaanse vermogensbeheerders vragen om hun kapitaal te beleggen. Daarmee continueren zij beide een uit het verleden vertrouwde en veilige strategie, en behalen zij hun rendementen. Amerikaanse Venture Capital (VC) ondernemingen worden daarmee in de gelegenheid gesteld Europees geld te investeren in Amerikaanse bedrijven.


In Nederland lijkt de houding te bestaan dat de private sector op vrijwillige basis het voortouw neemt om technologie te ontwikkelen. Europese vermogensbeheerders kunnen kapitaal ook in Europese technologiebedrijven beleggen. Moeten zij gestimuleerd worden om een bepaald percentage in Europa te beleggen? Je creëert daarmee veel meer liquiditeit en geeft tevens blijk van het feit dat je Europese technologie en innovatie, inclusief Nederlandse, serieus neemt.


Er is in Nederland een aantal publieke organisaties dat aan de weg timmert en bemoedigende resultaten boekt. De Europese Investeringsbank (EIB) en Invest-NL zijn in dat verband te noemen, naast de sterke stimulering van organisaties als Techleap, dat een aanzienlijke bijdrage levert aan het opbouwen van het Nederlandse technologische ecosysteem. Het fungeert als katalysator voor talent, kapitaal en kennis, en zorgt ervoor dat Nederlandse Tech ondernemers vaart kunnen maken.


Hoe verhoudt Nederland zich tot bijvoorbeeld Frankrijk, een land waar technologie van oudsher in hoog aanzien staat?

In Frankrijk bezit technologie, wetenschap, R&D en technische scholing niet ‘alleen maar’ meer status.  Vanuit zowel de publieke als ook de private sector worden deze sterk gestimuleerd en actief vormgegeven.


Het ‘Mistral’ - initiatief’ in Frankrijk is een voorbeeld van ‘technologische Deltawerken’.


Als je bijvoorbeeld het (publieke) ‘Mistral’ – initiatief’ neemt, dan zie je een overheid die nadrukkelijk een drijvende kracht vormt. Je ziet een publiek leiderschap dat de motor is voor een soort van ‘technologische Deltawerken’.


In Nederland verschijnen met enige regelmaat gedachten die duiden op een verlangen om - een deel van - de kritische infrastructuur (terug) te brengen in het publieke domein. Hoe kijkt u hier tegen aan?

Dat vind ik geen goed idee. Ik heb de liberaliserende Telecommarkt in Nederland eind jaren negentig zelf mogen ervaren. Dat is redelijk goed gegaan als je kijkt naar de aanleg van de daarvoor benodigde infrastuur, i.e. kabels en antennes, het aantal nieuwe (commerciële) marktpartijen en de prijs- en dienstenontwikkeling.


Als je de huidige Nederlandse Energiemarkt bestudeert, dan zie je enerzijds publieke energie infrabedrijven die je niet moet willen privatiseren, alleen al vanuit ‘het aanlegperspectief’. Anderzijds zijn commerciële marktpartijen verschenen die in hun basisdienstverlening gas, elektriciteit en adviesdiensten leveren. Kijkende naar de huidige uitdagingen binnen de energie kerninfrastructuur, waaronder een tekort aan aansluit- en transportcapaciteit, dan is het een serieuze vraag of dit onder privaat ondernemerschap ook zo gelopen zou zijn. Ik vermoed dat we in dat geval geen achterstand van tien tot vijftien jaren hadden opgelopen. Misschien zijn complexe procedures en regelgeving mede debet aan de opgelopen achterstand in het energienet, maar private bedrijven hebben een langere horizon dan een kabinetsperiode en kunnen funding regelen voor een veel langere termijn.


Private partijen vinden de investeringsniveaus van de aanleg van windparken op zee of de warmtenetten in de steden te hoog. Die kosten wensen zij niet (alleen) te dragen. Hoe beoordeelt u deze situatie?  

We moeten als samenleving beoordelen en beslissen wat we in de energietransitie belangrijk vinden en bepalen wat ons dat waard is. We zullen dat samen moeten aanpakken en oplossen, publiek en privaat, en kijken wat het prijskaartje is. Je kunt deze kosten op de overheidsbegroting plaatsen en bepalen aan wie de kosten worden toebedeeld. Op eenzelfde manier was dat zo’n dertig jaar geleden ook mogelijk geweest met de uitrol van de Telecom (glas-) infrastructuur. Dat is destijds anders besloten en daarom heeft het veel langer geduurd. Maar in elk geval hebben we nu glasvezel en is ‘de verglazing van Nederland’ bijna afgerond. Het is de particuliere sector die dit mogelijk heeft gemaakt, door een toevallige gelukkige combinatie van een lage rentestand gedurende een periode en een ondersteunende Telecomwet die het verkrijgen van graafvergunningen vergemakkelijkte.  


Gaan de publieke en private sector komen tot een gezamenlijke, nationaal gecoördineerde aanpak?

De situatie op de energiemarkt beoordelende denk ik dat het verstandig is om een centrale visie te ontwikkelen en inderdaad bij wijze van een Deltaplan zaken gezamenlijk aan te pakken. Technologie en innovatie hebben ons welvaart gebracht. Ik zou willen pleiten voor de oprichting van een Ministerie van Technologie zoals dat in sommige geavanceerde landen zoals Groot- Brittannië en Estland al bestaat.


Ik zou willen pleiten voor de oprichting van een Ministerie van Technologie.


Op welke wijze startte uw loopbaan in de technologie.  Hoe heeft uw loopbaan zich ontwikkeld en welke keuzen heeft u daarbij gemaakt?

Mijn interesse in techniek werd in mijn kindertijd gewekt door het beroep van mijn vader. Hij was KNO - arts en vroeg mij destijds of dat ook niet mijn toekomst kon zijn. Die weg koos ik niet. De door hem toepaste technologie en apparatuur, zoals microscopen en de verbindingen die gemaakt werden tussen elementen in het oor, interesseerden mij des te meer.


Na mijn afstuderen in de Informatica, eerst in Nijmegen en uiteindelijk aan de TU Delft in 1988,  vertrok ik naar de Verenigde Staten en rondde ik in 1990 mijn MBA aan de Universiteit van Berkeley af. Ik startte bij AT&T omdat dit bedrijf mijn MBA had bekostigd. In mijn functie als CEO van Level 3 Communications promoveerde ik in 1999 aan de TU Delft op het ‘management van internationale netwerken’.


Mijn professionele bestaan is volledig geënt op mijn voorliefde voor technologie en de toepassing daarvan. Technologie kan de wereld beter maken en ik kan mensen en organisaties daarin voorgaan en meenemen. Techniek is interessant en gewoonweg leuk, zeker als je het inzicht krijgt dat het niet zo moeilijk is.


Welke overwegingen stonden aan de basis van de keuzen die u maakte?

De keuzen die ik gemaakt heb zijn voortgekomen uit mijn sterke interesse, opgewekte nieuwsgierigheid en het zien van innovatieve mogelijkheden en toepassingen. Vanuit mijn interesse in – en behoefte aan - verandering en uitdaging leidde ik turn-arounds en structureerde en professionaliseerde ik organisaties. Ik geniet van het bijeen brengen van de juiste mensen, het samenstellen van een top team en het laten groeien van bedrijven.


Wat verstaat u onder het begrip leiderschap?

‘Leiderschap’ is voor mij het  continue activeren en faciliteren van het potentieel van mensen. Dat begint met het plaatsen van de juiste personen op de juiste posities waardoor binnen een organisatie veel vanzelf gaat. Een leider bezit een visie, geeft richting aan een organisatie, managet en stuurt bij. Hij of zij is pas écht leider als de mensen die voor hem of haar werken, hem of haar ook als leider zien en accepteren. Een leider zonder volgers is geen leider.


Een leider zonder volgers is geen leider.


Centraal staat het vermogen om een visie en een richting door te vertalen in zeer concrete, heldere en operationele doelstellingen die begrepen en geaccepteerd worden, én uitvoerbaar zijn. Leiderschap gaat ook over vandaag en morgen, naast de begeerde en smaakvolle toekomst. Leiderschap gaat over ondernemerschap, verantwoordelijkheid, eigenaarschap en het neerzetten van resultaat.


Gaat leiderschap over ‘cultuur’?

‘Cultuur’ vind ik een te algemeen begrip. Je moet het verbijzonderen en definiëren wat je daaronder concreet verstaat. Dat maakt dat mensen binnen de organisatie het begrijpen en onderschrijven, en het kan draagvlak creëren voor eventuele organisatorische en personele veranderingen. Voor mij is dat het aantrekkelijkste onderdeel van leiden en managen. Omdat verandering constant is gaat het continue om het beantwoorden van de vragen ‘Hoe, wat, wie, waarom en wanneer?”


Ik paste soms de organisatiestructuur aan aan individuele kwaliteiten, hetgeen taboe heet te zijn. De mens is echter een té belangrijke factor om dat niet te doen. Mensen kunnen zichzelf overtreffen als je hen inzet op posities waar ze het best tot hun recht komen en goed in zijn. Dat is mijn uiteindelijke doel: het continue faciliteren en mobiliseren van het potentieel, i.e. het talent van mensen. Mijn rol bestaat uit het continue monitoren of ieder zich in zijn of haar functie op het maximale niveau van kunnen en plezier bevindt.


Wat verstaat u onder duurzaamheid, c.q. rentmeesterschap?  

Het antwoord op de vraag ‘Is hetgeen wij vandaag doen toekomstbestendig?’ definieert voor mij wat ‘duurzaamheid’ is. En daarbij gaat het niet alleen om grondstoffen, milieu of arbeidsomstandigheden, maar óók om het voeren van een gebalanceerde en financieel-economisch verantwoorde bedrijfsvoering.


Duurzaamheid heeft betrekking op de totale organisatie.


Duurzaamheid heeft betrekking op de totale organisatie en de operationele doorvertaling van doelstellingen die voortkomen uit het bepalen van de missie, visie en strategie. Duurzaamheid gaat om het vermogen om vanuit de samenhang der zaken vooruit te kijken en het doorzien en begrijpen van ketens en relaties. Het bevindt zich óók in de kleine alledaagse dingen qua denken en vooral doen.


Als ware ‘Tech Believer’ stond duurzaamheid voor mij persoonlijk altijd centraal. Het uitrollen van een breedbandnetwerk binnen Level 3 maakte o.a. ‘video conferencing’ mogelijk en het beheren van een laadpalennetwerk vanuit Greenflux faciliteerde het elektrisch rijden.


Wat verstaat u onder het begrip ‘verantwoordelijkheid’?

‘Verantwoordelijkheid’ staat voor mij voor ‘het gedrag, het besef en de wens om een bijdrage te willen geven aan de doelstellingen van de organisatie’. Verantwoordelijkheidsgevoel ligt idealiter op élk niveau in de organisatie. Dat vergt onderhoud.


Wat betekent ‘ondernemerschap’ voor u?

Ondernemer zijn betekent het continue verantwoordelijk zijn voor het ultieme voortbestaan en de groei van het bedrijf. Het voortbestaan en de groei van je organisatie vertaal je door in verantwoordelijkheden en taken van de mensen binnen je organisatie. Elke dag ben je uiteindelijk het voorbeeld qua gedrag, communicatie en het waarmaken van de (gedelegeerde) verantwoordelijkheden die je draagt. Je geeft het voorbeeld, je faciliteert, motiveert en je waardeert.


Je geeft het voorbeeld, je faciliteert, motiveert en je waardeert.


Wat betekent ‘wijsheid’ voor u?

Wijsheid zit niet per se in ‘het slim zijn’, maar ook in het ‘het kiezen van de juiste richting en keuze voor een organisatie op basis van de beschikbare, en soms onvolledige, informatie’. De juiste keuze brengt de organisatie dichter bij de bedoelde resultaten. Zaken met veel bombarie aankondigen zonder dat daar actie of resultaat uit voortvloeit heeft niets te maken met wijsheid.


U bent actief betrokken bij talentontwikkeling van jonge kunstenaars en pianisten op weg naar de internationale top. Wat betekenen kunst en muziek voor u?

Kunst en muziek, natuurlijk primair om zelf van te genieten door te kijken en te luisteren, zijn voor mij ook werelden waarin ontwikkeling van talent extreem belangrijk is. Net als bij sport ziet het grote publiek heel snel of een prestatie echt top is, of gewoon goed. Performances en kunstwerken zijn wereldwijd zichtbaar en er is enorme competitie om de top te bereiken. Als bij een uitvoering door een orkest (team) één verkeerde noot klinkt, hoort het publiek dat direct.


Voor kunst en muziek moet je je talent ontwikkelen door les te nemen, te trainen, voorbeelden te hebben en contact te hebben met echte toppers op hun gebied. Ik heb eens gezien hoe Vladimir Ashkenazy als dirigent een concert voorbereidde met een 80-koppig symfonieorkest en daarin elke individuele musicus feilloos wist aan te spreken en te motiveren tot een top prestatie.


Met welke quote wilt u vandaag afsluiten? 

‘Leiderschap betekent het continue activeren en faciliteren van het potentieel in anderen.’

 

September 2026 | Edward van den Boorn

 

 

 

 

Over Floris van den Broek

Dr. Floris van den Broek promoveerde aan de TU Delft op Informatie Systemen in 1999 en behaalde zijn MBA aan de Berkeley Universiteit in California in 1990. Aan de Stanford Universiteit rondde hij het Technology-Marketing programma af. 


Hij startte zijn loopbaan binnen AT&T in de Verenigde Staten en Europa. Als CEO van Level 3 Communications stond hij in 1999 aan de basis van de uitrol van – en de toegang tot – glasfiber voor de zakelijke markt in Nederland. In de periode 2005 – 2008 was hij binnen Philips in Parijs verantwoordelijk voor een turnaround met betrekking tot de telecom set-top box business binnen dit door Philips overgenomen voormalige Canal+ bedrijf.


Vanaf 2010 tot heden is de heer Van den Broek actief als serieel Technology-ondernemer, investeerder, innovator, commissaris en bestuurder.


In de periode 2010 – 2014 gaf hij via een management buy-in leiding aan de Software Improvement Group (SIG), een bedrijf dat organisaties in staat stelt de regie te voeren over de software waarop het bedrijf draait. In de periode 2013 – 2019 richtte de heer Van den Broek OpenGlas Fiber Networks op, een bedrijf dat in Nederland een glasvezelnetwerk uitrolde. Hij verkocht het bedrijf aan Delta Fiber. Als investeerder en CEO leidde hij Redsocks Security (2016-2019), dat hij uiteindelijk verkocht aan ‘Bitdefender’, dat Software as a Service (SaaS) ontwikkelde t.b.v. het detecteren van cyber dreigingen. Als investeerder en CEO van Greenflux was hij in 2021 verantwoordelijk voor de SaaS software ten behoeve van de ‘smart charging’ voor het elektronisch opladen van voertuigen. In de periode 2021 – 2024 bouwde de heer Van den Broek aan de organisatie Open Dutch Fiber (ODF), een bedrijf dat onder Private Equity (i.e. KKR en Digital Transformation Capital Partners (DTCP), dat voortkwam uit Deutsche Telekom) een glasvezelnet uitrolde in Nederland. Heden ten dage is de heer Van den Broek Managing Partner binnen Noordcap Investments, een privaat investeringsbedrijf dat investeert in technologiebedrijven en -fondsen.


De heer Van den Broek draagt op vele wijzen bij aan de technologische ontwikkelingen, innovaties en vooruitgang in Nederland. Binnen YES!Delft is hij mentor voor enkele bedrijven binnen het Cyber Security – domein, waaronder Yokai Network voor beveiliging van AI agents. In de periode 2020 – 2023 was hij lid van de raad van advies van Getronics. Als directielid van het ICT Institute draagt hij zorg voor de kennisoverdracht en inzichten ten behoeve software, cyber security en privacy gerelateerde zaken.


Tenslotte zet de heer Van den Broek zich sterk in voor de ontwikkeling van de kunst en muziek in Nederland. Hij is voorzitter van de Raad van Toezicht van ‘De Ateliers’, een internationaal instituut voor talentontwikkeling van jonge kunstenaars in Amsterdam. Sinds 2019 is hij tevens voorzitter van de ‘Stichting Young Pianist Foundation’, de in 1999 opgerichte stichting die jonge pianisten in Europa ondersteunt in het optimaal ontwikkelen van hun talenten, op weg naar de internationale top.

 

 




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page